Nadat ik een stortvloed aan positieve recensies aantrof over de roman “The Rosie Project” en het boek plotseling in de boekenkast bleek te staan, vermoedelijk als een inmiddels vergeten kerstkado, besloot ik het te lezen. Ik las 't in één dag uit. Het is bepaald geen literaire roman of ik lees nog steeds vlot, of beide, maar al rap bekroop mij het gevoel dat er een karikatuur werd gemaakt van een man met een autismespectrumstoornis. We zijn, dacht ik, die tijd wel voorbij, ook al ten tijde van het schrijven van het boek in 2013. Dat iemand met een dergelijke stoornis wordt neergezet zoals Graeme Simsion dat doet, zoals blijven benadrukken over hoe erg verstoringen van het dagelijkse ritme zijn. Op een gegeven moment ging me dat irriteren. Verder is het verloop van het verhaal traditioneel, je weet al vanaf de eerste ontmoeting tussen Don - zijn naam werkt overigens ik niet mee, alsof daar een vloek op rust in mijn hoofd - en Rosie hoe het laatste hoofdstuk er ongeveer uit komt te zien. Wellicht is een zoetsappig verhaal niets meer voor mij. Dat zou kunnen. Wat het ergste is dat een verhaal is vol stereoptypes, met de suggestie dat een autismespectrumstoornis te genezen zou zijn, waarin vrouwen bij bosjes voor 'm vallen, et cetera. Deze recensie vat het beter samen.